Ouderdomspensioen

Ga je met pensioen? Dan krijg je ouderdomspensioen.

Via je werkgever neem je deel aan de pensioenregeling van ABN AMRO Pensioenfonds en bouw je ouderdomspensioen op. De pensioenleeftijd in jouw pensioenregeling is 67 jaar. Je ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat je van de overheid krijgt. 

Hoeveel pensioen je straks krijgt van ABN AMRO Pensioenfonds is vooral afhankelijk van de hoogte van je salaris, de inhoud van de pensioenregeling en het aantal jaren dat je deelneemt aan deze regeling. Het pensioen wordt vanaf de door jou gekozen pensioendatum maandelijks uitbetaald, zolang je leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl

De pensioenregeling waaraan je deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouw je pensioen op over een deel van het bruto loon dat je in dat jaar hebt verdiend. Je bouwt niet over je hele brutoloon pensioen op. Pensioenuitvoerders moeten namelijk rekening houden met de AOW, die je van de overheid krijgt als je de AOW-leeftijd bereikt. Je AOW-leeftijd kun je berekenen op www.svb.nl.

Het deel van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. De franchise wordt jaarlijks vastgesteld. Over het bruto loon (tot het fiscaal maximum (2017:€ 103.317) minus de franchise bouw je jaarlijks in principe 1,875% aan ouderdomspensioen op.

Meer informatie vind je hier:

Overige documenten:

Partner- en wezenpensioen

Kom je te overlijden? Dan krijgt je eventuele partner partnerpensioen en krijgen je eventuele kinderen wezenpensioen.

Naast ouderdomspensioen bouw je ook partnerpensioen en wezenpensioen op. Op het moment dat je overlijdt heeft je partner recht op partnerpensioen en hebben je kinderen recht op wezenpensioen.

Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat je zou krijgen als je tot de eerste dag van de maand waarin je je AOW-leeftijd zou hebben bereikt pensioen bij ABN AMRO Pensioenfonds had kunnen opbouwen. Ook bij overlijden na pensionering krijgt je partner standaard 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Het kan zijn dat je voordat je met pensioen ging andere keuzes hebt gemaakt. 

De hoogte van het wezenpensioen is 20% van het partnerpensioen. Als beide ouders zijn overleden wordt het wezenpensioen verdubbeld. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 21 jaar is. In sommige situaties geldt een andere eindleeftijd. Kijk daarvoor in het pensioenreglement. 

De hoogte van het partnerpensioen en van het wezenpensioen staan vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Als je overlijdt heeft je partner mogelijk ook recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden.  De Sociale Verkeringsbank voert de Anw-regeling uit. 

Arbeidsongeschiktheid en premievrijstelling

Word je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt? Dan gaat je pensioenopbouw onder bepaalde voorwaarden (gedeeltelijk) door zonder dat je daar zelf nog premie voor betaalt.

Als je tijdens jouw dienstverband ziek wordt, blijf je tijdens de eerste twee ziektejaren volledig pensioen opbouwen alsof je niet ziek bent. Ben je na twee jaar volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt en krijg je een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV (WIA-uitkering)? Dan blijf je ook pensioen opbouwen, zonder dat je daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van je arbeidsongeschiktheid. Als je dus gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, geldt de premievrije pensioenopbouw alleen voor het gedeelte dat je niet meer kan werken. 

Voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent gaan we uit van 75% van de pensioengrondslag voorafgaand aan de dag waarop je WIA uitkering ingaat.

Meer informatie vind je hier:

Pensioenreglement

Wil je precies weten wat onze pensioenregeling je biedt? Bekijk het pensioenreglement.

Het pensioenreglement geeft precies aan hoe je pensioenregeling in elkaar zit. Je kunt daarin nalezen wat er wel en niet is geregeld in de pensioenregeling van ABN AMRO Pensioenfonds. Bekijk het pensioenreglement.

Meer informatie vind je hier:

Geen arbeidsongeschiktheidspensioen

Word je arbeidsongeschikt? Dan krijg je geen aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen van ons.

De pensioenregeling van ABN AMRO Pensioenfonds voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt wordt, ontvang je dus geen aanvulling van ons op je uitkering van de overheid (IVA/WIA). Informeer bij je werkgever naar een  arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Meer informatie vind je hier:

Drie soorten pensioen

Je kunt op drie manieren pensioen opbouwen: 

A. AOW. Dit pensioen krijg je van de overheid. De Sociale Verzekeringsbank voert de AOW-regeling uit.
B. Pensioen via je werkgever(s), waaronder ABN AMRO of een andere aangesloten onderneming.
C. Extra pensioen dat je zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen.

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid, voor iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet voor iedereen gelijk. 

De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast. Kijk voor de bedragen en verdere informatie over de AOW op www.svb.nl/aow.

Let op: heb je niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan je AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat je via je werkgever opbouwt

Je bouwt via je werkgever pensioen op bij ABN AMRO Pensioenfonds  over je bruto loon tot het fiscaal maximum (2017: €103.317). De hoogte van dit pensioen vind je op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO krijg je één keer per jaar zolang je pensioen opbouwt bij ABN AMRO Pensioenfonds. Op het UPO staat het pensioen dat je nu hebt opgebouwd, maar ook het pensioen als je tot je 67e bij ABN AMRO Pensioenfonds blijft opbouwen. Daarnaast vind je op het UPO gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor je partner en kinderen als je overlijdt. 

Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vind je een totaaloverzicht van je AOW en de pensioenen die je hebt opgebouwd, ook via eventuele andere werkgevers.

C. De pensioenaanvulling waar je zelf voor zorgt

Je kunt zelf een aanvulling regelen op je AOW en het pensioen dat je opbouwt via je werkgever. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering, zoals een lijfrente, af te sluiten.

Middelloonregeling

Ieder jaar bouw je een stukje van je pensioen op. Het pensioen dat je zo opbouwt, is de optelsom van al die stukjes. Dit heet een middelloonregeling. Vanaf je pensioendatum krijg je je pensioen zo lang je leeft.

Omdat onze regeling gefinancierd wordt op basis van CDC is de uiteindelijke hoogte van je pensioen onzeker.

CDC is de afkorting van Collective Defined Contribution (collectieve beschikbare premieregeling).

Jaarlijks bouw je een deel van je pensioen op. Je bouwt niet pensioen op over je gehele bruto loon, omdat niet alle bestanddelen van je salaris pensioengevend zijn en ABN AMRO Pensioenfonds rekening houdt met de AOW die je van de overheid krijgt als je met pensioen gaat. Het deel van je pensioengevend loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over je bruto loon tot het fiscaal maximum (2016: €103.317) minus de franchise (2016: €13.123) bouw je jaarlijks in principe 1,875% aan pensioen op. 

Het totale pensioen dat je zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Salarisverhogingen tellen alleen mee voor de pensioenopbouw voor de toekomstige jaren. Je uiteindelijke pensioen is dus gebaseerd op het gemiddelde salaris tijdens je loopbaan. We noemen dit daarom een middelloonregeling. Vanaf je pensioendatum krijg je je pensioen elke maand, zo lang je leeft.

Let op: In een CDC-regeling is de bijdrage van de werkgever om de pensioenopbouw te financieren gemaximeerd. De werkgever betaalt niet meer premie dan 35% van alle pensioengevende salarissen samen. Onder normale omstandigheden is de premie voldoende, maar je hebt geen garantie. Als de rente zeer laag is of als de levensverwachting plots stijgt, dan kunnen we besluiten om de jaarlijkse pensioenopbouw te verlagen. Je bouwt dat jaar dan minder pensioen op. Als het slecht gaat met het pensioenfonds kunnen we de opgebouwde pensioenen in het uiterste geval verlagen.

Meer informatie vind je hier:

Opbouwpercentage

Je bouwt jaarlijks een deel van je uiteindelijke pensioen op. Dat doe je niet over je hele bruto loon, omdat niet alle bestanddelen van je salaris pensioengevend zijn en we rekening houden met de AOW die je later krijgt. Het gedeelte van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet de ‘franchise’. Over het bruto loon (maximaal tot € 103.317) minus franchise bouw je jaarlijks in principe 1,875% aan pensioen op.

Ieder jaar bouw je pensioen op over een deel van het bruto loon dat je in dat jaar hebt verdiend. Dat doe je niet over je hele bruto loon, omdat niet alle bestanddelen van je salaris pensioengevend zijn en we rekening houden met de AOW die je later krijgt. Het deel van je pensoengevend loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet de ‘franchise’ (in 2017: € 13.123). Over het bruto pensioengevend loon minus franchise bouw je jaarlijks in principe 1,875% aan ouderdomspensioen op.

Stel: je verdient € 55.000 per jaar, waarvan € 50.000 pensioengevend is. De franchise is € 13.123. Je bouwt in dat jaar 1,875% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van (50.000 - 13.123 =) € 36.877. Je bouwt in dat jaar dus € 691,44 aan ouderdomspensioen op. Het ouderdomspensioen dat je bij pensionering krijgt, is een optelsom van alle jaren opbouw plus de eventuele indexatie.

Let op: In een CDC-regeling streven we naar een bepaalde pensioenopbouw. Daarbij is de pensioenpremie voor de werkgever gemaximeerd. Wanneer deze premie onvoldoende is voor de toekomstige opbouw, zullen we jaarlijkse pensioenopbouw te verlagen. Je bouwt dat jaar dan minder pensioen op dan 1,875%.

Meer informatie vind je hier:

Premie voor de opbouw van je pensioen

Er wordt elke maand premie betaald voor je pensioen. Je werkgever betaalt het grootste deel. De premie die je zelf betaalt, vind je terug op je salarisstrook.

Je werkgever betaalt elke maand pensioenpremie aan het pensioenfonds en jij betaalt aan de werkgever een bijdrage van 5,5% van je maandelijkse pensioengrondslag. Je werkgever houdt jouw deel maandelijks in op je brutoloon. Het exacte bedrag staat op je salarisstrook. De premie die de werkgever betaalt, staat niet op je salarisstrook. Het bedrag dat de werkgever betaalt is gemaximeerd op 35% van de som van alle pensioengevende salarissen.

Meer informatie vind je hier:

Waardeoverdracht

Ben je nieuw in dienst bij ABN AMRO of één van de aangesloten ondernemingen? Je kunt eerder opgebouwde pensioenen meenemen naar ABN AMRO Pensioenfonds. 

Als je nieuw in dienst komt bij ABN AMRO of één van de aangesloten ondernemingen, ga je pensioen opbouwen bij ABN AMRO Pensioenfonds. Mogelijk heb je in het verleden ook pensioen opgebouwd bij een vorige werkgever. Je kunt ervoor kiezen om je opgebouwde pensioen mee te nemen naar ABN AMRO Pensioenfonds. We noemen dat ‘waardeoverdracht’. Je kunt waardeoverdracht aanvragen via het formulier Waardeoverdracht dat je vindt in laag 3.

Of waardeoverdracht voor jou een goede keuze is, hangt af van verschillende factoren. Bijvoorbeeld van de financiële situatie van je oude pensioenuitvoerder en van ABN AMRO Pensioenfonds. Bekijk in laag 3 de checklist om na te gaan of waardeoverdracht voor jou een verstandige keuze is. 

Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioen staan bij je oude pensioenuitvoerder en wordt het pensioen door die uitvoerder aan je uitbetaald als je met pensioen gaat. Je betaalt bij je oude pensioenuitvoerder geen premie meer en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van ABN AMRO Pensioenfonds.

Pensioenvergelijker

Wil je je pensioenregeling vergelijken? Klik door naar de pensioenvergelijker.

Opbouw boven de € 103.317

Je bouwt bij ABN AMRO Pensioenfonds pensioen op over het salaris tot € 103.317. Dit is het fiscaal maximum in 2017. Verdien je meer, informeer dan bij je werkgever wat er geregeld is voor het salaris boven het maximum.

Je bouwt pensioen op over het fulltime bruto salaris tot € 103.317. Verdien je meer, dan kun je boven deze grens geen pensioen opbouwen bij ABN AMRO Pensioenfonds. Voor het pensioengevend salaris boven deze grens biedt ABN AMRO Bank een netto pensioenregeling aan bij ABN AMRO Pensioenen. Als nieuwe deelnemer wordt je hier automatisch voor aangemeld. Als je bij een aangesloten onderneming werkt, informeer dan bij je leidinggevende wat er geregeld is ter compensatie.

Meer informatie over de nettopensioenregeling vind je hier:

Eerder stoppen of langer doorwerken

Je pensioen gaat standaard in vanaf je AOW-leeftijd. Maar je kunt ook eerder of later met pensioen gaan.

Bespreek dit 6 maanden voor de gewenste ingangsdatum met je werkgever.

Je kunt ervoor kiezen om je pensioen eerder in te laten gaan dan op je AOW-leeftijd. Dat kan op een zelf gekozen moment vanaf je 57e. Dat betekent wel dat je pensioen lager uitvalt. De pensioenopbouw stopt eerder en je krijgt langer een pensioenuitkering. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. Je moet er ook rekening mee houden dat je AOW later ingaat dan je vervroegde pensioen. 

Je kunt er ook voor kiezen om je pensioen later te gaan. Je kunt je pensioen uitstellen tot uiterlijk vijf jaar na het bereiken van je AOW-leeftijd. Je krijgt dan een hogere pensioenuitkering, omdat je pensioen later ingaat. Je bouwt echter geen pensioen meer op na je 67e.

Deeltijdpensioen

Wil je voor een deel met pensioen en voor een deel blijven werken? Vanaf je 57e jaar kan je je ouderdomspensioen gedeeltelijk laten ingaan.

Bespreek dit 6 maanden voor de gewenste ingangsdatum met je werkgever.

Voor je je pensioen volledig laat ingaan, kun je je pensioen gedeeltelijk laten ingaan. Dit kan vanaf je 57e jaar.

Het deeltijdpensioen komt overeen met het deel dat je minder gaat werken. Je gaat bijvoorbeeld voor twee dagen met pensioen en je blijft drie dagen per week werken tot je volledig met pensioen gaat. Dat betekent wel dat je pensioen lager wordt.

Voor het deel dat je blijft werken gaat de pensioenopbouw door.

Aan deeltijdpensioen zijn enkele voorwaarden verbonden:

  • Je werkgever is akkoord dat je in deeltijd met pensioen gaat.
  • De datum waarop je volledig met pensioen gaat, bepaal je in overleg met je werkgever.
  • Je partner is akkoord met je keuze voor deeltijdpensioen.

Let op: Als je voor deeltijdpensioen gekozen hebt, kan het niet meer ongedaan gemaakt worden. Wel kun je nog één keer extra deeltijdpensioen aanvragen. Bij de derde keer gaat je ouderdomspensioen volledig in.

Ouderdomspensioen ruilen voor extra partnerpensioen

Wil je een deel van je ouderdomspensioen omruilen voor partnerpensioen voor je partner? Dat kan op het moment dat je stopt met pensioen opbouwen bij ABN AMRO Pensioenfonds, of als je met pensioen gaat.

Als je uit dienst gaat of met pensioen gaat dan kun je een deel van je ouderdomspensioen ruilen voor extra partnerpensioen. Je krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar je partner krijgt dan wel een hoger pensioen van ABN AMRO Pensioenfonds als je komt te overlijden.

Let op: dit is een eenmalige keuze. Als je hier eenmaal voor gekozen hebt, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Partnerpensioen ruilen voor extra ouderdomspensioen

Wil je het partnerpensioen, of een deel daarvan, ruilen voor extra ouderdomspensioen voor jezelf? Dat kan op het moment dat je met pensioen gaat.

Naast ouderdomspensioen bouw je ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom je het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft je partner zelf een goed pensioen, of misschien heb je geen partner (meer). Je kunt er voor kiezen om het partnerpensioen te ruilen voor extra ouderdomspensioen. Je partner moet hier wel mee instemmen.


Let op: dit is een eenmalige keuze. Als je hier eenmaal voor gekozen hebt, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Variëren in de hoogte van je pensioenuitkering

Wil je beginnen met een hoger of juist lager pensioen? Daar kun je ervoor kiezen op het moment dat je met pensioen gaat.

Je kunt ervoor kiezen om eerst vijf of tien jaar een hoger pensioen te krijgen, en daarna een lager pensioen. Na die vijf of tien jaar krijg je levenslang het lagere pensioen. 

Je kunt er ook voor kiezen om eerst vijf of tien jaar een lager pensioen te krijgen, en daarna een hoger pensioen. Na vijf of tien jaar krijg je levenslang het hogere pensioen. 

Let op: dit is een eenmalige keuze die je maakt op het moment dat je met pensioen gaat. Als je hier eenmaal voor gekozen hebt, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Welke risico's zijn er?

De hoogte van je pensioen staat niet vast. ABN AMRO Pensioenfonds probeert het pensioen met de prijzen mee te laten groeien. Maar het is niet zeker dat dit ook kan. Je pensioen kan ook verlaagd worden als de premie onvoldoende blijkt. ABN AMRO Pensioenfonds heeft namelijk te maken met onder meer de volgende risico’s:

  • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. We moeten de pensioenen dan langer uitbetalen dan verwacht. 
  • De rente kan dalen. Het pensioenfonds heeft dan meer geld nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitbetalen. 
  • De resultaten van de beleggingen kunnen tegenvallen.

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die jouw pensioen beïnvloeden. De risico’s kunnen tot een tekort leiden. ABN AMRO Pensioenfonds probeert voorbereid te zijn op de risico’s die jouw pensioen negatief kunnen beïnvloeden. 

Een voorbeeld van een risico uit het verleden is de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging bleek groter dan de stijging waarmee de pensioenfondsen in Nederland rekening hadden gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld ABN AMRO Pensioenfonds ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente daalt, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt ABN AMRO Pensioenfonds ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op één belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden. 

Besluiten van het fondsbestuur over het beleid over de hoogte van de premie en de indexatie zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. Klik hier voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

Een waardevast pensioen

Geld wordt ieder jaar minder waard door prijsstijgingen. Wij proberen je pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet ‘indexatie’. Dit kan alleen als de financiële situatie van het pensioenfonds goed genoeg is.

De afgelopen jaren heeft ABN AMRO Pensioenfonds de pensioenen als volgt verhoogd:

 

Indexatie

Stijging van de prijzen*

2017 1,7% 1,7%
2016 0,6%

0,6%

2015

0,0%

0,0%

2014

1,4%

1,4%

* De stijging van de prijzen is gebaseerd op de CBS consumentenprijsindex alle huishoudens van januari tot januari.

Geld wordt ieder jaar minder waard door prijsstijgingen. Je kunt met hetzelfde bedrag volgend jaar iets minder kopen dan dit jaar. Dat heet ‘inflatie’. ABN AMRO Pensioenfonds probeert je pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet ‘indexatie’. De opgebouwde pensioenen groeien dan jaarlijks (gedeeltelijk) mee met de prijsstijgingen. Zo proberen we het pensioen waardevast te houden. Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Dat kan namelijk alleen als de financiële situatie van het pensioenfonds goed genoeg is. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat ABN AMRO Pensioenfonds niet of slechts gedeeltelijk kan indexeren. Je pensioen wordt dan minder waard.

De afgelopen jaren heeft ABN AMRO Pensioenfonds de pensioenen als volgt verhoogd:

 

Indexatie

Prijsstijging*

Gemiste indexatie

2016 0,6% 0,6%

-

2015

0,0%

0,0%

-

20141

1,4% 

1,4%

-

2013

3,0%

3,0%

-

2012

0,0%

2,5%

2,5  %

2011

0,96%

2,0 %

1,04%

20102

0,8%

0,8 %

-

2009

0,0%

1,9%

-

2008

2,0%

2,0%

-

2007

1,4%

1,4%

-

* De prijsstijging is gebaseerd op de CBS consumentenprijsindex Alle huishoudens van januari tot januari.

1. In 2014 is naast de reguliere indexatie 91% van de gemiste indexatie in de jaren 2011 en 2012 ingehaald.
2. In 2010 is naast de reguliere indexatie de gemiste indexatie in het jaar 2009 geheel ingehaald.

De afgelopen jaren zijn de pensioenen grotendeels meegegroeid met de stijging van de prijzen. Of dit in de toekomst ook zal gebeuren is onzeker. Waarschijnlijk kunnen we de pensioenen ook in de toekomst grotendeels verhogen met de stijging van de prijzen*.

 

* Dit baseren we op de uitkomsten van de 'Asset Liabilty Management' studie (ALM). Het bestuur voert jaarlijks een ALM uit. De uitkomsten kunnen van jaar tot jaar verschillen. 

Als er een tekort is

Als we een tekort hebben, nemen we – indien nodig – deze maatregelen:

  • Je pensioen groeit niet of slechts gedeeltelijk mee met de stijging van de prijzen.
  • Je pensioen gaat omlaag. We doen dit alleen in het uiterste geval.

Het kan gebeuren dat ABN AMRO Pensioenfonds ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Het bestuur van het pensioenfonds heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de pensioenen niet indexeren of in het uiterste geval de pensioenen verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen. 

Tot nu toe is het bij ABN AMRO Pensioenfonds niet nodig geweest om de pensioen te verlagen. Of dit in de toekomst zal gebeuren is onzeker. De kans is klein dat wij de pensioenen in de komende jaren moeten verlagen.

 

    De kosten

    ABN AMRO Pensioenfonds maakt de volgende kosten om de pensioenregeling uit te voeren: 

    • Kosten voor de uitvoering, waaronder administratie, bestuur en extern advies. 
    • Kosten om de betaalde premies te beleggen.

    ABN AMRO Pensioenfonds maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie, de salarissen van de mensen in dienst bij ABN AMRO Pensioenfonds, uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies. Ook worden er kosten gemaakt voor de communicatie, zoals bijvoorbeeld voor het maken van de website, dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht. 

    De kosten voor pensioenbeheer bedroegen in 2015 bijna € 12 miljoen. Dat komt neer op € 168 per pensioenopbouwer of pensioenontvanger.

    Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. ABN AMRO Pensioenfonds betaalt de partijen die het vermogen beleggen. Ook worden transactiekosten gemaakt. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. 

    De kosten voor vermogensbeheer en transactiekosten worden gerelateerd aan het gemiddeld beheerd vermogen. Het gemiddeld beheerd vermogen bedroeg over 2015 € 24,4 miljard. De kosten voor vermogensbeheer bedroegen 0,11% van het gemiddeld beheerd vermogen. De transactiekosten 0,05% van het gemiddeld beheerd vermogen.

     

    Waardeoverdracht

    Als je van baan verandert.

    Als je nieuw in dienst komt, ga je pensioen opbouwen bij ABN AMRO Pensioenfonds. Mogelijk heb je in het verleden ook pensioen opgebouwd bij een vorige werkgever. Je kunt ervoor kiezen om je opgebouwde pensioen mee te nemen naar ABN AMRO Pensioenfonds. We noemen dat ‘waardeoverdracht’. Je kunt waardeoverdracht aanvragen via het formulier dat je vindt in laag 3.

    Of waardeoverdracht voor jou een goede keuze is, hangt af van verschillende factoren. Bijvoorbeeld van de financiële situatie van je oude pensioenuitvoerder en ABN AMRO Pensioenfonds. Bekijk in laag 3 de checklist om na te gaan of waardeoverdracht voor jou een verstandige keuze is. 

    Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioen staan bij je oude pensioenuitvoerder en wordt het pensioen door die uitvoerder aan je uitbetaald als je met pensioen gaat. Je betaalt bij je oude pensioenuitvoerder geen premie meer en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van ABN AMRO Pensioenfonds.

    Als je uit dienst gaat kun je waardeoverdracht aanvragen bij je nieuwe pensioenuitvoerder.

    Arbeidsongeschiktheid en premievrijstelling

    Als je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt wordt.

    Als je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt wordt, kun je recht hebben op voortzetting van je pensioenopbouw zonder dat je daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van je arbeidsongeschiktheid. Als je dus gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, geldt de premievrije pensioenopbouw alleen voor het gedeelte dat je niet meer kan werken.

    Als je langer dan twee jaar arbeidsongeschikt bent, gaat de premievrije pensioenopbouw omlaag. Voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent gaan we uit van 75% van de pensioengrondslag direct voorafgaand aan de dag waarop je WIA uitkering ingaat

    Het is belangrijk dat je de gevolgen van je arbeidsongeschiktheid voor je pensioen in kaart brengt. Ook moet je wijzigingen in je arbeidsongeschiktheidspercentage bij het UWV binnen een maand aan ons doorgeven.

    Meer informatie vind je hier:

    Samenwonen, trouwen, geregistreerd partnerschap

    Als je gaat samenwonen of als je in het buitenland gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat.

    Als je gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat, krijgt je partner recht op partnerpensioen als je komt te overlijden. 

    Let op: als je ongehuwd samenwoont, heeft je partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij je overlijden. Wil je dat je partner daarvoor in aanmerking komt? Dan moet je partner bij het pensioenfonds aanmelden door middel van het formulier dat je vindt in laag 3. Stuur een kopie van jullie samenlevingscontract mee. 

    Als je in Nederland getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, is het niet nodig om je partner aan te melden. Wij krijgen de gegevens dan door van de overheid. Als je in het buitenland trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, moet je je partner wel aanmelden.

    Meer informatie vind je hier:

    Scheiden of het geregistreerd partnerschap beëindigen

    Als je gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt.

    Je ex-partner heeft recht op het partnerpensioen dat je hebt opgebouwd tot de datum dat jullie uit elkaar zijn gegaan. Tenzij je partner afstand doet van dit recht. Dan moet je het pensioenfonds daarover informeren. 

    Als je een huwelijk of geregistreed partnerschap beeindigt, heeft je ex-partner recht op de helft van het pensioen dat je opbouwde tijdens jullie huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. Je kunt daar met je ex-partner afwijkende afspraken over maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Wil je dat het pensioenfonds de betaling aan je ex-partner regelt? Stuur dan binnen twee jaar een kopie van het convenant en het formulier Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen naar het pensioenfonds. 

    Woonde je ongehuwd samen met je partner (met of zonder samenlevingscontract)? Dan heeft je ex-partner geen recht op de helft van jouw pensioen. Je kunt daarvan afwijken en afspraken maken in een samenlevingscontract over de verdeling van het pensioen.

    Verhuizen naar het buitenland

    Als je verhuist naar het buitenland.

    Als je naar het buitenland verhuist, geef dan je nieuwe adres aan ABN AMRO Pensioenfonds door en informeer naar de gevolgen voor je pensioen.  Naar het buitenland verhuizen heeft ook gevolgen voor je AOW.

    Let op: ook als je in het buitenland verhuist, moet je ABN AMRO Pensioenfonds daarover informeren. Wij krijgen je adreswijziging namelijk niet automatisch door.

    Meer informatie over de gevolgen voor je AOW vind je op de de website van de Sociale Verzekeringsbank. Geef je adreswijziging naar of in het buitenland door via pensioendesk@abnamropensioenfonds.nl of (020) 237 57 77.

    Werkloos

    Als je werkloos wordt.

    Als je werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Ook de opbouw van het partnerpensioen en wezenpensioen stopt. Het is belangrijk dat je de gevolgen van jouw werkloosheid voor je pensioen in kaart brengt. Je hoeft ons niet zelf te informeren over je werkloosheid. Dat gebeurt automatisch door UWV.

    Meer informatie vind je hier:

    Keuze

    Als je gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid.

    De keuzemogelijkheden vind je in dit Pensioen 1-2-3 onder ‘Welke keuzes heb je zelf?’.

    Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat je dus goed informeren voor je kiest.

    Meer informatie vind je hier:

    Mijnpensioenoverzicht.nl

    Bekijk één keer per jaar hoeveel pensioen je in totaal hebt opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

    Bekijk één keer per jaar hoeveel pensioen je in totaal hebt opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vind je een totaaloverzicht van je AOW en de pensioenen die je hebt opgebouwd, ook bij eventueel andere werkgevers.

    Vragen

    Bekijk de veelgestelde vragen & antwoorden op de website.
    Neem contact met ons op als je vragen hebt of als je gebruik maakt van de actie- en/of keuzemomenten. Stuur een e-mail naar pensioendesk@abnamropensioenfonds.nl of bel naar
    020 237 57 77 op werkdagen tussen 8.30 uur en 15.00 uur.

    Op de website vind je nog meer informatie over je pensioenregeling. Kom je er niet uit? Neem dan contact op met de Pensioendesk, te bereiken op pensioendesk@abnamropensioenfonds.nl of op werkdagen van 8.30 uur tot 15.00 uur op
    020 237 57 77.

    Kijk voor meer informatie op de website.